Faillissement info

 
 
 

Kort gezegd is een faillissement een gerechtelijk beslag op het gehele vermogen (boedel) van een gefailleerde ten behoeve van de schuldeisers. De gefailleerde verliest het beheer over zijn vermogen en kan er niet meer over beschikken. Zowel een privé-persoon (een eenmanszaak of een vennootschap onder firma) als een rechtspersoon (een BV of een NV) kan failliet gaan. Na een faillissement wordt het beheer van het vermogen overgenomen door een curator die vervolgens de enige persoon is die handelend op mag treden en financiële beslissingen mag nemen. Zijn taak is het vereffenen van het vermogen. De curator wordt aangesteld door de rechtbank. Een faillissement kan aangevraagd worden door de ondernemer zelf of door één of meer schuldeisers.

Voorwaarden
De voorwaarden voor een faillissement zijn:

  • Er moeten minstens twee schuldeisers zijn.
  • Er moeten minstens twee schulden zijn, waarvan één direct opeisbaar, die niet betaald worden.
  • De ondernemer is gestopt met betalen, of hij dat nu niet wil of niet kan is voor een faillissementsaanvraag niet van belang.

Technisch faillissement
Een technisch faillissement is het bewust uitlokken van een faillissement om daarmee de handen vrij te krijgen voor een doorstart. Bijvoorbeeld door het overnemen van gezonde onderdelen uit de failliete boedel met achterlating van de schulden in het faillissement. Een belangrijke reden om een technisch faillissement uit te lokken is gelegen in het feit dat de ondernemer in dat geval niet wettelijk verplicht is het personeel mee te nemen naar de nieuwe onderneming. Bij overname of doorstart van een (deel van) een onderneming bepaalt de wet namelijk dat alle arbeidscontracten meegenomen moeten worden in de nieuwe onderneming. Dit geldt ook in een situatie van surseance. Als een van de redenen voor een faillissement ligt in een teveel aan personeel, kan een succesvolle doorstart dus alleen worden bereikt wanneer het overtollige personeel achterblijft in de failliete boedel en er derhalve voor een technisch faillissement gekozen wordt. Dit is ook de reden waarom vakbonden vaak fel gekant zijn tegen een technisch faillissement.

Faillissementsaanvraag als incassomiddel
Een faillissementsaanvraag blijkt in de praktijk vaak een uiterst effectief incassomiddel te zijn. Crediteuren die hier gebruik van maken weten immers dat zij bij voorrang betaald zullen worden. De ondernemer wil natuurlijk niet failliet gaan, al helemaal niet ten gevolge van een kleine vordering. Indien hij nog over voldoende middelen beschikt, zal hij de betreffende schuldeisers dan ook vaak snel gaan betalen. Deze manier van faillissementen aanvragen heeft er in het verleden al meerdere keren toe geleid dat een ondernemer failliet ging op een vordering van slechts enkele duizenden euro's.

Iedere faillissementsaanvraag is menens
Wanneer u van een crediteur bericht ontvangt dat uw faillissement aangevraagd zal worden doet u er goed aan direct een expert  in te schakelen om te voorkomen dat u onnodig failliet gaat! Leg zo'n bericht niet naast u neer. U zult niet de eerste ondernemer zijn die een faillissementsverzoek of zelfs officiële oproepingen door de faillissementskamer van de Rechtbank negeert en daardoor onbedoeld zijn onderneming kwijtraakt. Iedere aanvraag is een ernstig waarschuwingssignaal waar direct actie op ondernomen dient te worden.

FASEN VAN EEN FAILLISSEMENT:

Faillietverklaring
Als de Rechtbank een faillissementsverzoek inwilligt, verklaart zij daarmee de onderneming in staat van faillissement. Dit houdt in dat de ondernemer meteen de zeggenschap over zijn vermogen verliest. In het vonnis benoemt de Rechtbank een curator en een Rechter commissaris. De curator is iemand (in de meeste gevallen een advocaat) die het beheer over de failliete boedel overneemt en de enige die na het uitspreken van het faillissement nog financiële beslissingen mag nemen.
De Rechter-commissaris houdt toezicht op de curator. De failliete ondernemer heeft nu niets meer te zeggen!

Bewaarfase
Na de faillietverklaring gaat de zogenaamde bewaarfase in. In deze fase onderzoekt de curator alle zaken met betrekking tot de boedel en stelt hij deze veilig. Om te voorkomen dat delen van de boedel 'verdwijnen' is het soms nodig om deze te laten verzegelen. De curator stelt vervolgens zo snel mogelijk een boedelbeschrijving en een overzicht van baten en schulden op. Hij heeft hierbij verregaande bevoegdheden. Zo is hij gemachtigd het bedrijf van de failliete ondernemer voort te zetten en alle correspondentie te lezen. De faillietverklaarde ondernemer is bovendien verplicht om de curator alle inlichtingen te geven waar deze om vraagt. Als de ondernemer erg tegenwerkt en/of als de curator het vermoeden heeft dat deze wel eens naar het buitenland zou kunnen vertrekken, kan hij zelfs overgaan tot het innemen van het paspoort of het in verzekerde bewaring laten stellen van de failliete ondernemer.

Opheffing wegens gebrek aan baten
In Nederland is de zogenaamde 'opheffing wegens gebrek aan baten' de meest voorkomende beëindiging van een faillissement. Dit gebeurt wanneer de failliete onderneming zo weinig bezittingen heeft dat zelfs de faillissementskosten, het honorarium van de curator, de kosten voor advertenties en boedelschulden niet betaald kunnen worden. De curator stelt de Rechtbank in zo'n geval voor om bij gebrek aan baten het faillissement op te heffen.

De verificatiefase
Als het faillissement na de bewaarfase niet is opgeheven wegens gebrek aan baten treedt de verificatiefase in. De curator gaat in deze fase na of de vorderingen van de crediteuren juist zijn.
Die verificatie vindt plaats aan de hand van de aanwezige administratie en de mededelingen van de failliete ondernemer. Op de zogenaamde verificatievergadering worden alle vorderingen doorgenomen. Crediteuren wiens vorderingen worden betwist kunnen op deze vergadering hun vordering toelichten en proberen deze alsnog erkend te krijgen. Als men het hier niet eens wordt over de status van een schuld, dan beslist de Rechtbank. Crediteuren die in een vroeg stadium van de curator al te horen hebben gekregen dat hun vorderingen onbetwist zijn, verschijnen meestal niet op de verificatievergadering. Zij weten immers al dat hun vordering erkend is.

Akkoord
De failliet verklaarde ondernemer kan tijdens zijn faillissement één keer een akkoord aanbieden. In een akkoord biedt de failliete ondernemer aan een deel van zijn schulden af te lossen in ruil voor een finale kwijting. Om in aanmerking te komen voor een akkoord zal de ondernemer via 'derden' uiteraard wel moeten beschikken over de financiële middelen om het akkoord ook daadwerkelijk uit te kunnen voeren. Een akkoord kan zowel in de bewaarfase als in de verificatiefase aangeboden worden. Als de failliete ondernemer dit niet doet of het akkoord niet aangenomen wordt, treedt de staat van insolventie in. De curator gaat dan over tot het afwikkelen van het faillissement. De boedel wordt verkocht en de opbrengst verdeeld onder de crediteuren en andere schuleisers.

Stemming
Over het akkoord moet worden gestemd op de verificatievergadering. Het akkoord wordt aangenomen als tenminste tweederde van de concurrente crediteuren op de verificatievergadering, die gezamenlijk ten minste 75 % van de concurrente schulden vertegenwoordigen, vóór stemmen. Crediteuren kunnen desgewenst bij volmacht stemmen. Om de stemming te beïnvloeden kan er eventueel geschoven worden in de percentages die de verschillende concurrente crediteuren aangeboden krijgen. In de praktijk komt het veel voor dat naarmate de concurrente vordering lager is een hoger percentage van die vordering wordt aangeboden om daarmee te bereiken dat kan worden voldaan aan het vereiste dat minimaal tweederde van het aantal concurrente crediteuren vóór een akkoord zal stemmen. Het is dus vaak een kwestie van goed rekenen om te bepalen welk percentage uiteindelijk aan welke concurrente crediteuren wordt aangeboden.

Preferente crediteuren
Het is in de praktijk gebruikelijk dat preferente crediteuren, de crediteuren met een voorrangsstatus, stellen dat zij mee willen werken aan een akkoord mits zij het dubbele percentage ontvangen van hetgeen de concurrente crediteuren wordt aangeboden. De fiscus stelt zich als preferente crediteur vaak op het standpunt dat zij daarnaast voor 100 % genoegdoening wenst van de vordering uit hoofde van artikel 29 Wet Omzetbelasting (teruggevraagde omzetbelasting door crediteuren).

Homologatie van akkoord
Nadat het akkoord door de crediteuren is aangenomen, moet de Rechtbank het akkoord nog goedkeuren. Dit wordt de homologatie van het akkoord genoemd. De Rechtbank mag het akkoord niet goedkeuren als de boedel aanzienlijk meer geld oplevert dan het totaal van de akkoordpenningen. Daarnaast moet de Rechtbank ervan overtuigd zijn dat de uitvoering van het akkoord met voldoende waarborgen is omgeven, zodat ook daadwerkelijk tot uitbetaling van de toegezegde gelden over kan worden gegaan. Als laatste controleert de Rechtbank of het akkoord op een eerlijke manier tot stand is gekomen en er geen sprake is van een zogenaamd sluipakkoord.

Sluipakkoord
Van een sluipakkoord is sprake als enkele crediteuren een aparte regeling treffen met de failliete ondernemer, ten nadele van de overige crediteuren.

 

Dwangakkoord
Met de homologatie van het akkoord eindigt het faillissement. Ook crediteuren die niet ingestemd hebben met het akkoord zijn er dan aan gebonden.


Uitdelingslijst
Ter afhandeling van het faillissement maakt de curator een zogenaamde uitdelingslijst op.

  • Hierop staat onder meer vermeld:
  • De ontvangsten in het faillissement
  • De uitgaven in het faillissement
  • De crediteuren en de omvang van de vorderingen
  • Het bedrag dat aan de crediteuren zal worden uitbetaald

Einde faillissement
Het faillissement eindigt als de crediteuren instemmen met de uitdelingslijst. Crediteuren kunnen tot tien dagen nadat die lijst ter inzage door de curator is gedeponeerd bezwaar maken tegen de verdeling. Na die termijn wordt de uitdelingslijst bindend en eindigt daarmee het faillissement.

Schulden na faillissement
Het einde van een faillissement wil niet altijd zeggen dat een failliete ondernemer ook schuldenvrij is. Alleen wanneer het faillissement is beëindigd na homologatie van een akkoord is de ondernemer echt van zijn schulden af. In alle andere gevallen blijven de schulden bestaan. Een faillissement is dan ook een zeer ingrijpende gebeurtenis. Ook na het einde van het faillissement kunnen de crediteuren de ex-ondernemer immers blijven achtervolgen. Zodra de ondernemer er weer bovenop probeert te komen is de kans erg groot dat de crediteuren onmiddellijk weer op de stoep staan. Om te voorkomen dat privé-personen hun verdere leven met schulden uit hun failliete onderneming blijven zitten is de Faillissementswet onlangs gewijzigd en kunnen failliet gegane ondernemers aanspraak maken op de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen
Deze regeling is bedoeld voor natuurlijke personen, dus ook ondernemers die een bedrijf uitoefenen in de vorm van een eenmanszaak of een vennootschap onder firma. Als er een faillissement dreigt, kan de ondernemer de Rechtbank verzoeken voor hem een schuldsaneringsregeling te treffen. Dit houdt in dat er een voor een van te voren vastgestelde periode een afbetalingsregeling getroffen wordt voor een deel van het schuldbedrag en de rest kwijtgescholden wordt. Als het verzoek tot schuldsanering ingewilligd wordt kan de ondernemer, onder een aantal voorwaarden, na de saneringsperiode met een schone lei beginnen.

Diverse Holding / beheer en bv constructies.
Er is een grote verscheidenheid aan fiscale en juridische constructies die het doel hebben om
zowel zakelijke als private belangen veilig te stellen tegen fiscus en schuldeisers.
Een curator zal altijd een kortstondig onderzoek uitvoeren om te beoordelen of Dga's in de vorm van bv's of als private personen aantoonbare nalatigheid ten laste kan worden gelegd wat het faillissement (mede) heeft veroorzaakt. Indien de curator dit aantoonbaar kan maken of hiertoe een sterk vermoeden heeft dan zal de curator "doorpakken" naar deze rechtspersonen en deze derhalve aansprakelijk stellen voor de schulden.